U moet zeedieren niet voeren

 

Het voeren van zeedieren kan onschuldig lijken, of zelfs behulpzaam, maar dat is het niet!

 


Vijf goede redenen waarom u dieren in zee niet moet voeren:

 

  • Als u ze voedt, haalt u een van de grootste genoegens van het erop uitgaan in de natuur weg: het waarnemen van natuurlijk gedrag. Zeedieren die worden gevoerd, gedragen zich heel anders dan de dieren die zelf foerageren.

 

  • Zeedieren die in het wild leven, hebben specifieke voeding nodig. Het eten van ander voedsel kan wilde dieren verzwakken en ziek maken.

 

  • Door het voeren raken wilde dieren hun natuurlijke angst voor mensen kwijt. Die dieren worden dan een gemakkelijk doelwit voor mensen die geen respect hebben voor de natuur en die hen met opzet kwaad willen doen. Bovendien kunnen mensen die bang worden een dier verwonden in een poging om zichzelf te verdedigen tegen een zogenaamde 'aanval'.

 

  • U loopt altijd het risico van letsel als u geen gepaste afstand houdt van zeedieren die uw handelingen verkeerd kunnen interpreteren. Zeedieren verdedigen zichzelf met tanden, stekels, gif en gifstoffen om maar enkele manieren te noemen. Er is geen garantie dat een zeedier weet waar het voedsel ophoudt en uw vingers beginnen. Jammer genoeg is het meestal het dier dat de schuld krijgt wanneer degene die hem voert, klaagt dat hij of zij is 'aangevallen'.

 

  • Voeren veroorzaakt letsel en schadelijke interactie tussen zeedieren doordat dit zorgt voor concurrentie en confrontaties tussen afzonderlijke dieren en diersoorten die anders geen interactie met elkaar hebben.